VALBEVEILIGING: EEN ONMISBARE BESCHERMING TEGEN DODELIJKE GEVAREN

In Europa verongelukt elke dag minstens één persoon door een dodelijke val tijdens het werk, meestal vanaf een hoogte van twee tot drie meter. Hierdoor behoren valpartijen tot de meest voorkomende doodsoorzaken op de werkplek. In de meeste landen zijn valpartijen zelfs verantwoordelijk voor 50 procent van de arbeidsongevallen.

Met een valbeveiliging als onderdeel van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) behoedt u uw medewerkers voor talloze gevaren. Hiertoe behoren:

  • Onvoldoende scholing van de gebruiker en diegenen, die het werken op hoogte begeleiden.
  • Gevaar voor uitglijden door nattigheid en steile hellingshoeken.
  • Risico op struikelen door oneffen oppervlakken.
  • Inwendig letsel als gevolg van te grote botskracht.

De toepassingsgebieden voor valbeveiliging zijn divers: bij het werken in hoogbouwmagazijnen, op hoogwerkers, aan gevels of op daken, in steiger- en stalen constructies en bij reddings- en speciale hulpdiensten.

DIVERSE BEVEILIGINGSSYSTEMEN TEGEN VALLEN

Met een valbeveiliging beschermt u uw medewerkers. De eerste variant is een tegenhoudsysteem dat de drager uit de buurt houdt van plaatsen waar een valrisico bestaat en die de val voorkomt. De tweede variant wordt omschreven als valstopysteem dat de vallende persoon opvangt.

Beide systemen bestaan uit meerdere componenten. Hiertoe behoren minstens één lichaamshouder, bijvoorbeeld een harnas en een verbindingsapparaat dat verbonden wordt met een vast of mobiel aanslagpunt.

Een derde variant is de permanente valbeveiliging, bijvoorbeeld in de vorm van een veiligheidsreling.

Afzonderlijke onderdelen en hun functies

De afzonderlijke componenten van de valbeveiliging hebben verschillende taken. De veiligheidsharnassen (1) bestaan uit riemen die het lichaam omsluiten. Ze vangen de vallende persoon op, brengen de optredende krachten op de juiste lichaamsdelen over en houden het lichaam rechtop.

De valbeveiligers (2) zijn er in twee basisuitvoeringen: met een vast en met een beweegbare geleider. Op de vaste geleider wordt de valbeveiliging bij een val automatisch vergrendeld en houdt deze de gebruiker vast met het veiligheidsharnas. De vaste geleider beperkt de zijdelingse bewegingen. De valbeveilging met beweegbare geleider loopt tijdens de op- en neerwaartse bwegen met de geleider mee. Bij een val blokkeert deze automatisch.

Als verbindingsmiddel (3) worden touwen of gordelbanden met eindverbindingen bedoeld. Verbindingselementen (4) verbinden de afzonderlijke componenten met een opvangsysteem. Valdempers (5) verlagen de bij de val optredende botskrachten, die op de persoon, de opvanggordel en de aanslaginstallatie werken.

Hoogtezekeringsapparaten (6) zijn zelfremmend en vangen personen bij een val automatisch op. einem Sturz selbsttätig bremsend auf. Ze laten vrije beweging toe binnen het uittrekgebied van het touw.

Ankerinrichtingen (7) zijn uit verschillende onderdelen, die één of meer aanslagpunten hebben, samengesteldt. Deze zorgen voor een vaste verbinding tussen systeem en constructie.

Valbeveiligingssets omvatten alle componenten, die voor een basisuitrusting nodig zijn. Hiermee kunnen uw medewerkers bijvoorbeeld veilig op hoogwerkers of daken werken. Bovendien dient het gereedschap, waarmee uw medewerkers op hoogte werken, valbeveiligd zijn, zodat personen op de grond niet door vallende voorwerpen gewond kunnen raken. Hiervoor is speciale gereedschapsbeveiliging (8) beschikbaar.

Veiligheidsharnas

Opvangapparaat

Verbindingsmiddelen

Valdempers

Hoogtezekeringsapparaten

Heeft u vragen? Onze expers helpen u graag te allen tijde verder:

Naar advies over valbeveiliging

WAAR U OP MOET LETTEN BIJ HET KIEZEN VAN EEN PRODUCT

Bij het kiezen van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen spelen het gebruiksgebied, de valhoogte en het draagcomfort een doorslaggevende rol.

Voor elk toepassingsgebied het juiste systeem

Om persoonlijke valbeveiliging goed te laten werken, moeten de afzonderlijke componenten van het tegenhoud- of opvangsysteem nauwkeurig op elkaar afgestemd zijn. Bovendien mogen ze alleen worden gebruikt zoals bedoeld, omdat elke afzonderlijke component voldoet aan specifieke vereisten, die worden gedefinieerd door de overeenkomstige normen. De producenten geven bij hun producten aan onder welke omstandigheden de desbetreffende systemen kunnen worden ingezet. Hierbij spelen o.a. de volgende factoren een rol:

  • Gebruiksgebied
  • Grootte en gewicht van de drager
  • Draagduur van de valbeveiliging (selectief of permanent)
  • Omgevingsfactoren (bijv. grote hitte)

Valpartijen veilig opvangen

Het doel van PBM tegen vallen luidt altijd: valhoogte beperken. Zonder een valdemper werkt krijgt de vallende persoon al vanaf een valhoogte van 0,5 m te maken met een valgewicht tot 1,2t. Met een valdemper is dit maximaal 600 kg. Dit gewicht bepaald de kracht van de impact, die bij de drager zwaar letsel kan veroorzaken. De valfactor komt overeen met de verhouding tussen de vallengte en de systeemlengte. De kracht van de impact neemt toe met de valfactor. De valfactor zou idealiter ≤ 1 moeten zijn. Om deze factor zo laag mogelijk te houden, is ook de optimale positionering van het aanslagpunt essentieel. Dan wordt een mogelijke val veilig onderschept.

Optimaal draagcomfort

Als uw medewerkers tijdens hun werk een permanente valbeveiliging moeten dragen, speelt het draagcomfort een belangrijke rol. Rugkussens op de gordels en elastische en instelbare riembanden zorgen daarbij voor een aangenaam draaggevoel.

Controle en onderhoud van de valbeveiliging

Medewerkers hebben de verantwoordelijkheid om de persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen voor elk gebruik op gebreken te controleren en ze eventueel te vervangen. Indien het product is beschadigd, dient deze door een gecertificeerde persoon of de vakhandel gecontroleerd te worden.
Het bedrijf moet valbescherming zodanig gebruiken en opslaan dat hun veilige werking altijd is gegarandeerd.
Bovendien moet de valbeveiliging jaarlijks worden gecontroleerd door een getrainde expert, die de resultaten in een in een testboek documenteert. Riemen moeten elke zes tot acht jaar en verbindingsiddelen elke vier tot zes jaar worden vervangen, voor zover de producten binnen deze periode geen gebreken vertonen. Artikelen vanaf het productiejaar 2019 hebben een levensduur van tien jaar, vooropgesteld dat ze de jaarlijkse controles doorstaan.

HOOGWAARDIGE VALBEVEILIGING EN DESKUNDIG PBM-ADVIES

Het productassortiment van de Hoffmann Group omvat alle componenten van de valbeveiliging als onderdeel van de persoonlijke beschermingsmiddelen. Bij ons vindt u geselecteerde producten van gerenommeerde producenten, die zich onderscheiden door kwaliteit, functionaliteit en veiligheid.

Opvanggordels / harnassen

Opvangapparaten

Verbindingsmiddelen

Valdempers

Hoogtezekeringsapparaten

Valbeveiligingsset

Accessoires valbeveiliging

Mobiele aanslaginstallatie

Gereedschapsbeveiliging

Indien u vragen heeft over het onderwerp valbeveiliging, zal ons deskundige team van PBM-specialisten persoonlijk en in samenwerking met de producent adviseren. Want correct gebruik is hier van levensbelang! We geven u graag training over het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen. Dit omvat verschillende modules voor training en instructie. Deze kunnne geheel op uw individuele wensen en behoeften worden aangepast. Ook si het mogelijk om de scholing in een van onze twaalf trainingslocaties in Europa volgen. Vanaf een bepaald aantal personen worden zelfs trainingen op locatie aangeboden.

Specifieke normen voor valbeveiliging

Voordat u persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen kiest of gebrukt moet de werkgever een risicoanalyse uitvoeren. Hierbij moeten gevaren worden vastgesteld die niet kunnen worden voorkomen of verminderd door technischeof organisatorische maatregelen. Over het algemeen heeft collectieve bescherming, bijvoorbeeld door een veiligheidsreling, voorrang op mobiele aanslaginstallaties of een beveiligingssysteem. Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen moeten voldoen aan de relevante gezondheids- en veiligheidsvoorschriften:

  • EN 353-1: meelopende opvangapparaten inclusief vaste geleider
  • EN 353-2: meelopende opvangapparaten inclusief beweegbare geleiding
  • EN 354/362: Verbindingsmiddelen
  • EN 355: Valdempers
  • EN 360: Hoogtezekeringsapparaten
  • EN 361: Opvanggordels / harnassen
  • EN 795: Aanslaginstallaties

Veelgestelde vragen over valbeveiliging

Is het mogelijk om meerdere typegeteste subproducten van verschillende producenten te combinerentot één totaalproduct?

Dit is toegestaan op voorwaarde dat de afzonderlijke subproducten worden samengevoegd tot één opvangsysteem. Voorbeelden hiervan worden gegeven in DGUV Regel 112-198 en in DIN EN 363. Bij de mogelijke combinaties moet rekening worden gehouden met de testcriteria van de afzonderlijke systeemcomponenten.

De combinatie van afzonderljke elementen / subproducten, die niet in deze combinatie zijn getast, is niet toegestaan. Een meelopend opvangapparaat van producent 'A' kan bijvoorbeeld niet worden gecombineerd met vaste of beweegbare geleiders van een andere producent, omdat opvangapparaten in het kader van het EG-typeonderzoek altijd met de bijbehorende geleider worden getest (DIN EN 353-1, DIN EN 353-2).

Is er een gebruiksaanwijzing voor abseilapparaten nodig?

Bij elk abseilapparaat moet door de producent/leverancier een gebruiksaanwijzing worden verstrekt om toegang te bieden tot alle informatie die nodig is voor een veilig gebruik.

Naleving van de instructies in de gebruiksaanwijzing zorgt voor een veilige werking en de duurzaamheid van het abseilapparaat.

Heeft u nog vragen? Wilt u een PBM-consuldatie?

Bij de Hoffmann Group vindt u alles onder één dak:

  • Wij adviseren u individueel
  • Gevarenanalyse, hulp bij productselectie, draagtests, scholing en speciale diensten (handschoenplannen, huidbeschermingsplannen).

Nu contact opnemen

Inhoud winkelwagen

Bestelling afronden
Bestelling afronden